Begrippenlijst.
De belangrijkste termen die op deze site worden gebruikt, alfabetisch geordend met een korte definitie en een verwijzing naar verdere uitleg.
Aerobe processen
Processen die zuurstof gebruiken. Voorbeeld: cellulaire ademhaling in een goed doorluchte cel.
Anaerobe processen
Processen die zonder zuurstof verlopen. Voorbeelden: methaanvorming in moerassen, denitrificatie in natte bodems, fermentatie in spiercellen.
Atmosfeer
De gaslaag rond de aarde. Bevat circa 78% N2, 21% O2 en kleinere hoeveelheden CO2, waterdamp, methaan en andere gassen.
Biomassa
De totale massa aan levend (en soms recent dood) organisch materiaal in een gebied of organisme.
Biosfeer
Het deel van de aarde waar leven voorkomt. Strekt zich uit van diepe oceaanbodem tot enkele kilometers boven het oppervlak.
C/N-verhouding
De verhouding tussen koolstof en stikstof in organisch materiaal. Bepaalt of mineralisatie netto stikstof vrijgeeft of vasthoudt. Belangrijk bij composteren.
Cellulaire ademhaling
Proces waarbij cellen energie winnen uit glucose, met zuurstof, en CO2 en water afgeven. Zie uitleg.
Decompositie
Afbraak van dood organisch materiaal door schimmels, bacteriën en bodemfauna. Zie uitleg.
Denitrificatie
Bacteriële reductie van nitraat (NO3−) tot stikstofgas (N2) onder anaerobe omstandigheden. Sluit de stikstofkringloop.
Eutrofiering
Vermesting van water door overschot aan stikstof en fosfor; leidt tot algenbloei en zuurstofloosheid. Zie uitleg.
Evapotranspiratie
Som van verdamping vanaf oppervlak en transpiratie door planten.
Fotosynthese
6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie → C6H12O6 + 6 O2. Zie uitleg.
Haber-Bosch
Industrieel proces om N2 en H2 tot ammoniak te combineren, basis van kunstmest. Zie stikstofbinding.
Humus
Stabiele, donkere organische stof in de bodem; resultaat van langdurige decompositie.
Infiltratie
Het indringen van water in de bodem.
Latente warmte
Energie die nodig is voor faseovergang (bv. verdamping) of die bij de omgekeerde overgang vrijkomt (condensatie).
Methaan
CH4. Sterk broeikasgas met kortere verblijftijd dan CO2. Zie uitleg.
Mineralisatie
Omzetting van organisch materiaal naar minerale ionen door bodemmicroben. Zie uitleg.
Nitraat
NO3−. Plantbeschikbare vorm van stikstof, goed oplosbaar in water.
Nitrificatie
Aerobe oxidatie van NH4+ via NO2− naar NO3− door bacteriën.
Oceaanverzuring
Daling van de pH van zeewater door extra opgenomen CO2. Zie oceaankringlopen.
Producent
Organisme dat zelf zijn voedsel maakt — meestal via fotosynthese. Plant, alg, cyanobacterie. Basis van het voedselweb.
Reducent
Schimmel of bacterie die dood organisch materiaal afbreekt. Sluit de stofkringlopen.
Reservoir
In een kringloop: een plek waar een stof zich bevindt — atmosfeer, oceaan, bodem, biomassa, gesteente.
R-ladder
Hiërarchie in de circulaire economie: refuse, reduce, reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose, recycle, recover. Zie uitleg.
Stikstofbinding
Omzetting van inert N2 in bruikbare stikstofverbindingen door bacteriën, bliksem of industrieel. Zie uitleg.
Stikstofdepositie
Het neerslaan van reactieve stikstofverbindingen (NH3, NOx) op bodem en vegetatie. Centraal in de Nederlandse stikstofproblematiek.
Stofkringloop
Cyclische beweging van een element of stof tussen reservoirs. Synoniem: biogeochemische kringloop.
Transpiratie
Water dat planten via huidmondjes als waterdamp afgeven.
Trofisch niveau
Positie van een organisme in de voedselketen — producent, eerste-orde-consument, enzovoort.
Verbranding
Snelle oxidatie van een brandstof met zuurstof. Eindproducten bij volledige verbranding: CO2 en water. Zie uitleg.
Verdamping
Overgang van water (of een andere vloeistof) van vloeibare naar gasvormige fase. Zie uitleg.
Verzuring
Daling van de pH van bodem, water of regen, vooral door SO2 en NOx. Zie uitleg.
Voedselweb
Vertakt netwerk van wie wat eet in een ecosysteem. Vereenvoudigd in een voedselketen.